Oefening
De rivier van ijs
Hoog in de bergen liggen reusachtige massa's ijs die we gletsjers noemen. Op een foto lijken ze volkomen stil te liggen, als een wit tapijt dat over de berghelling is uitgespreid. Toch is dat schijn: een gletsjer beweegt voortdurend, alleen veel te langzaam om het met het blote oog te zien.
Om te begrijpen hoe een gletsjer zich gedraagt, helpt het om hem te zien als een heel trage rivier. Net zoals het water van een rivier altijd van hoog naar laag stroomt, schuift het ijs van een gletsjer langzaam de berg af. En zoals een rivier in een bocht aan de buitenkant sneller stroomt dan aan de binnenkant, beweegt ook het ijs in het midden van de gletsjer sneller dan langs de randen, waar het tegen de rotsen schuurt.
De vergelijking gaat nog verder. Een rivier neemt zand en stenen mee en zet die verderop weer af. Op dezelfde manier schraapt een gletsjer onderweg gesteente los en duwt het voor zich uit. Wanneer het ijs uiteindelijk smelt, blijven die stenen liggen als lange wallen van puin. Aan die wallen kunnen onderzoekers nog eeuwen later zien hoe ver een gletsjer ooit reikte.
Toch is er één groot verschil met een gewone rivier: een gletsjer doet alles in slow motion. Waar rivierwater in een dag kilometers aflegt, verplaatst het ijs zich soms maar enkele centimeters per dag. Wie precies op een gletsjer zou gaan staan en een jaar zou wachten, zou merken dat hij ongemerkt is meegereisd. Zo vormt het trage ijs, net als stromend water, langzaam maar zeker het landschap om zich heen.